Ooit, in een ver verleden, heb ik de land- en tuinbouwschool gedaan. Dat was voor de opleiding tot timmerman. Tussen het aanleggen van een tuin en het (ver)bouwen van een huis zitten een aantal overeenkomsten. Je bent scheppend bezig. Je maakt iets, je bouwt iets op. Later, toen ik Klussen met Kijkers presenteerde, en mijn collega Jurgen Smit de tuin variant Tuinieren met Kijkers, was er af en toe wel sprake van gezonde concurrentie en vriendschappelijke pesterijtjes.
Zo riep ik, als het team van het tuinprogramma benadrukte dat het toch lastig produceren was, standaard “ hoezo lastig, wat is er nou moeilijk aan tuinieren, het is toch gewoon een hoop aarde waar je een plant in drukt!”. Dit stuitte op veel tegenstand. Toch sta ik nog steeds achter die uitspraak, hoewel ik natuurlijk ook besef dat ie behoorlijk ongenuanceerd is. Tot je aan komt bij het bestraten van je tuin natuurlijk. Dat is een heel ander verhaal. Planten kan, bijna, iedereen. Net als een muurtje schilderen, dat kan ook, bijna, iedereen. Maar (ver)bouwen, ofwel timmeren, en bestraten dat is toch echt een vak. Hoewel de handige doe-het-zelver een heel end komt. Maar je moet wel een aantal zaken in acht nemen.
Bestraten begint met de juiste ondergrond, ook wel het cunet genoemd. Het deel dat je wilt gaan bestraten graaf je uit en daarop breng je een laag steriel zand aan. De dikte van het zandbed varieert tussen de 15 en de 30 cm. Voor een terras moet het zandbed zo’n 20 cm dik zijn. Het cunet moet regelmatig worden uitgegraven. Dit alles om verzakking te voorkomen.
Het zandbed moet vervolgens verdicht worden. Dit kan met behulp van een trilplaat, maar je kunt het ook inwateren. Je maakt het zand drijfnat, de zandkorrels schuiven in elkaar en er ontstaat een hechte massa. Na een dag kun je verder met bestraten.
Egaliseren van de grond
Na het verdichten van het zandbed moet je het egaliseren. Gebruik 2 houten latjes of panlatten, graaf ze in in het zandbed, de bovenkant van de latten geeft de bovenkant van het zandbed aan. Als je een terras wilt maken druk je de 2 latten om de 2 meter in het zandbed. Je brengt de 2 latten op dezelfde hoogte aan, onder afschot. Bestrating moet altijd onder afschot gelegd worden om te zorgen dat het water goed weg kan lopen. Je moet het zandbed dus iets schuin afvlakken, circa 1 cm per meter (gebruik hiervoor een waterpas). Daarna trek je een stevige plank (of een lange waterpas, kun je meteen checken of de latten overal op dezelfde hoogte liggen) over de latten en schuif je het overtollige zand weg. Dit wordt ook wel afreien genoemd. Na het afreien verwijder je de houten latten, vul de achtergebleven sleuven voorzichtig op met een beetje zand.
Om te zorgen dat je bestrating recht loopt kun je het te bestraten deel uitzetten met behulp van een touwtje en wat piketten. Leg de stenen langs de touwtjes.
Tegels op maat knippen
Eigenlijk ben je er nu al. Hierna is het slechts een kwestie van de tegels neerleggen en even aantikken met een hamer, doe dit in het midden van de tegel. Het kan voorkomen dat je sommige stenen op maakt moet knippen, dat kan heel simpel met een stenenknipper. Als je die niet zelf hebt, kun je hem huren bij de bouwmarkt.
Om je bestrating op te sluiten, zodat de stenen geen kant meer op kunnen, kun je gebruik maken van een rand om het terras heen van houten planken, trottoirbanden, speciale opsluitbanden of stenen die rechtop in de grond worden gebruikt. Tegenwoordig gebruiken we vaak grote tegels in onze tuin waarbij opsluiting niet nodig is.
Ga je tegels in wildverband leggen, maak dan eerst op papier een tekening van hoe je ze gaat leggen, dit doe je om te voorkomen dat er meerdere tegels met hetzelfde formaat dicht bij elkaar liggen. Je kunt ook tijdens het leggen steeds even afstand nemen om te kijken hoe het er uit ziet. Ligt er teveel van hetzelfde, dan verleg je de tegels meteen. Meestal liggen de stenen op de palet per laag in de juiste verhouding, werk dus per laag.






Reacties op dit artikelReageer op dit artikel
Laat ook een reactie achter